Vreemdelingenrecht

Afwijzing voorlopige voorziening

Rechtbank Den Haag, 29 december 2025

Zaakgegevens

Op 29 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
29 december 2025
Datum publicatie
10 april 2026
Zaaknummer
NL25.44865
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:27837
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing voorlopige voorziening

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44865

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S.J. Koolen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.

1.1.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 11 september 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.1.

Op 9 december 2025 heeft de minister het bestreden besluit van 11 september 2025 ingetrokken.

2.2

Verzoeker heeft de rechtbank op 9 december 2025 verzocht om het beroepschrift te lezen als een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van verzoeker.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van heden, zaaknummer NL25.44864, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van

verzoeker. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3.1.

De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoeker een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 907,00.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 907,00 aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J.M. Pattynama, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

29 december 2025

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.