Vreemdelingenrecht

Verzoek om voorlopige voorziening behorende bij de samenhangende beroepsprocedures met zaaknummers AWB…

Rechtbank Den Haag, 3 december 2025

Zaakgegevens

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
3 december 2025
Datum publicatie
10 juli 2026
Zaaknummer
AWB24/8171 AWB25/5351 AWB25/5353
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:28027
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening behorende bij de samenhangende beroepsprocedures met zaaknummers AWB 24/8170, AWB 25/5350 en 25/5352 afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 24/8171, AWB 25/5351 en AWB 25/5353


uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 december 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster 1,

[verzoeker 1] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker, en

[verzoeker 2] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker 2

hierna gezamenlijk aan te duiden als eisers,

(gemachtigde: mr. M. Dorgelo),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. H.M.M. van Dooren).

Procesverloop

1. De minister heeft met de besluiten van 4 mei 2025 en 5 mei 2025 is aan eisers een terugkeerbesluit uitgevaardigd nadat is geconstateerd dat zij illegaal in Nederland verblijven. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep in de zaaknummers AWB 24/8170, AWB 25/5350 en AWB 25/5352 op
23 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster 1, de gemachtigde van verzoekers, J.M. van der Boom als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, in zaaknummers AWB 24/8170, AWB 25/5350 en AWB 25/5352, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.