Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening, toegewezen, grensdetentie.

Rechtbank Den Haag, 25 februari 2025

Zaakgegevens

Op 25 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
25 februari 2025
Datum publicatie
27 februari 2025
Zaaknummer
NL24.48342
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:2910
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening, toegewezen, grensdetentie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.48342


uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2025 in de zaak tussen


[verzoekster], v-nummer: [nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. F.H. Bruggink),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. E. Özel).


Inleiding


1. In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekster tot het treffen van een voorlopige voorziening vanwege het besluit van 1 december 2024, waarin de minister de aanvraag van verzoekster om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.

1.1.

Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om de behandeling van dat beroep in Nederland te mogen afwachten.

1.2.

De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als tegen een besluit beroep is ingesteld en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Als het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder het verzoek op een zitting te behandelen.

3. In de zaak met zaaknummer NL24.48341 zijn door verzoekster op 5 en 6 februari 2025 aanvullende stukken gestuurd, waarop de minister nog geen standpunt kan innemen. De behandeling van het beroep op 11 februari 2025 is – op verzoek van de minister - daarom aangehouden. Verzoekster verzoekt daarom om toewijzing van de voorlopige voorziening en wijst daarbij op het gegeven dat zij in grensdetentie verblijft.

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4.1.

Bij brief van 10 februari 2025 geeft de minister aan dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de voorlopige voorziening. De minister acht de aanvullende stukken relevant en wil de reactie van de Keniaanse autoriteiten afwachten en op basis daarvan een standpunt innemen. Wat de toewijzing van de voorlopige voorziening betekent voor de grensdetentie van verzoekster, wordt buiten beschouwing gelaten in deze uitspraak. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft immers niet de bevoegdheid om te oordelen over de grensdetentie van verzoekster.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst om bovenstaande reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.

5.1.

Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, krijgt verzoekster een vergoeding voor haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50, omdat de gemachtigde van verzoekster een verzoekschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek toe;

  • treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat is beslist op het beroep;

  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 453,50.


Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.N. El-Amrani, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Op grond van artikel 31, eerste lid, en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Zaaknummer: NL24.48341. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk. Dat staat in de artikelen 8:81 en 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht.