Vreemdelingenrecht

Regulier. Voorlopige voorziening afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 14 februari 2025

Zaakgegevens

Op 14 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 februari 2025
Datum publicatie
7 maart 2025
Zaaknummer
AWB 24-11481
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:3470
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regulier. Voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/11481


uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 februari 2025 in de zaak tussen


[verzoekster] , verzoekster,

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. P.M. Langereis),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. S. Brock).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster die ertoe strekt het beroep in Nederland te mogen afwachten.

1.1.

De minister heeft met het primaire besluit van 13 februari 2024 vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland op grond van het Unierecht. Met het bestreden besluit van 18 juni 2024 op het bezwaar van verzoekster is de minister bij dit besluit gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/11480, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2025.

de griffier

de voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.