Vreemdelingenrecht

Plakvovo. PKV toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 13 maart 2025

Zaakgegevens

Op 13 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
13 maart 2025
Datum publicatie
13 maart 2025
Zaaknummer
NL25.3772
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:3930
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo. PKV toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.3772


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [v-nummer], verzoeker,

(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. I van Es).


Procesverloop

1. De minister heeft bij besluit van 23 januari 2025 de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Het al bestaande terugkeerbesluit wordt gehandhaafd en daarnaast is aan verzoeker een inreisverbod met een duur van twee jaar opgelegd

1.1.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.3771, op 6 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.3771, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening hangende beroep is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

2.1.

Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 907,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing


De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 907,-

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Dan wel diens ambtsvoorganger, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.