Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 16 januari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:457 · Rechtbank Den Haag · 16 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-457
Zaakgegevens
Op 16 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 16 januari 2025
- Datum publicatie
- 16 januari 2025
- Zaaknummer
- NL 24.26357
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:457
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
mob
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.26357
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [vnummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) van 30 mei 2024.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Verweerder heeft bij brief van 27 september 2024 de gemachtigde laten weten dat verzoeker op 12 september 2024 is vertrokken naar zijn land van herkomst.
Gemachtigde heeft bij bericht van 9 oktober 2024 aangegeven dat het contact met verzoeker is verbroken.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Nu verzoeker is vertrokken naar het land van herkomst en het contact met zijn gemachtigde heeft verbroken, geldt de veronderstelling dat verzoeker niet langer een inhoudelijk beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening verlangt. Het is aan verzoeker om aannemelijk te maken dat deze veronderstelling onjuist is en daarmee nog sprake is van procesbelang.
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen sprake meer is van procesbelang.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.