Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening – proceskostenveroordeling – geen tegemoetkoming.
Rechtbank Den Haag, 20 maart 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:4604 · Rechtbank Den Haag · 20 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-4604
Zaakgegevens
Op 20 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 20 maart 2025
- Datum publicatie
- 20 maart 2025
- Zaaknummer
- AWB 23-9411
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4604
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening – proceskostenveroordeling – geen tegemoetkoming.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/9411
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer](gemachtigde: mr. E. Köse)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 27 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Verzoeker heeft op 22 augustus 2023 bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 12 september 2023 heeft verzoeker een aanvullend verzoekschrift ingediend. Ook heeft verzoeker op 18 september 2023 zijn bezwaar aangevuld met gronden.
Met het besluit van 13 september 2024 is een beslissing genomen op het bezwaarschrift. Verweerder is bij het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gebleven. Het bezwaar is ongegrond verklaard. Verweerder heeft vastgesteld dat verzoeker verblijfsrecht heeft op grond van het recht van de Europese Unie.
Op 2 december 2024 heeft verzoeker zijn verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een verzoek ingediend om proceskostenveroordeling.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten zitting uitspraak.
Overwegingen
1. De veroordeling van partijen in de proceskosten is geregeld in de artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Indien een beroep wordt ingetrokken, kan de rechtbank op verzoek van de indiener overgaan tot het veroordelen van het bestuursorgaan in de proceskosten. Voorwaarde hierbij is wel dat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroep tegemoet moet zijn gekomen. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. Op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb zijn de hiervoor genoemde artikelen van overeenkomstige toepassing op de intrekking van een verzoek om een voorlopige voorziening.
2. In het verzoekschrift wordt, naast het verzoek om uitspraak te doen op de niet-ontvankelijkheid, ook verzocht het bezwaar gegrond te verklaren, een gehoor met de adviescommissie in te plannen, de zaak in te willigen of de bestreden beschikking te herzien. Verweerder is echter bij zijn standpunt gebleven en heeft het bezwaar opnieuw afgewezen. Hiermee kan worden geconcludeerd dat er op geen enkele wijze sprake is geweest van een tegemoetkoming aan het verzoekschrift.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op XXX door mr. XXX, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.