Vreemdelingenrecht

Dublin, plakvovo afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 31 maart 2025

Zaakgegevens

Op 31 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
31 maart 2025
Datum publicatie
31 maart 2025
Zaaknummer
NL25.7087
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:5334
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, plakvovo afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.7087


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],

van Syrische nationaliteit,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.


Inleiding

1. Bij besluit van 12 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.7086, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hansen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.