Vreemdelingenrecht

plakvovo, afgewezen, proceskostenvergoeding.

Rechtbank Den Haag, 29 april 2025

Zaakgegevens

Op 29 april 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
29 april 2025
Datum publicatie
1 mei 2025
Zaaknummer
NL24.44684
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:7401
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo, afgewezen, proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.44684


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.M.J.M. Louwerse),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van

verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor verblijf als familie- of gezinslid bij [referente], referente, afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort totdat er op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 25 april 2025, zaaknummer NL25.44683, heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Daarnaast moet verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van €187 vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187 (honderdzevenentachtig euro) aan verzoeker moet vergoeden;

  • veroordeelt verweerder tot betaling van een bedrag van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan op 29 april 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.