Vreemdelingenrecht

Verzoek om spoed-VoVo i.v.m. beëindiging opvangvoorzieningen. Verzoek niet-ontvankelijk wegens ontbreken…

Rechtbank Den Haag, 14 maart 2025

Zaakgegevens

Op 14 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
14 maart 2025
Datum publicatie
2 mei 2025
Zaaknummer
AWB 25/5995
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:7477
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om spoed-VoVo i.v.m. beëindiging opvangvoorzieningen. Verzoek niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden verzoek en ontbreken bezwaarschrift.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/5995


uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 maart 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

V-nummer: [V-nummmer]

(gemachtigde: mr. S.N. Ali),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Diender).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 26 september 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het besluit van 25 november 2024 deze aanvraag in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.

Verzoeker heeft op 13 maart 2025 beroep ingesteld en tevens om een voorlopige voorziening verzocht. Verzoeker vraagt de rechtbank om te bepalen dat zijn opvangvoorzieningen niet beëindigd kunnen worden, alvorens de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder het verzoek ter zitting te hebben behandeld, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

2. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb, kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is. De voorzieningenrechter heeft verzoeker op 14 maart 2025 om 9:22 uur telefonisch verzocht om diezelfde dag, uiterlijk om 12:30 uur, de gronden van het verzoek om een voorlopige voorziening alsmede het bezwaarschrift gericht tegen de (feitelijke) beëindiging van de opvangvoorzieningen van verzoeker over te leggen.

3. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker tijdig de gronden van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft overgelegd. Het gevraagde bezwaarschrift heeft verzoeker echter niet overgelegd. Uit de door verweerder overgelegde stukken in het dossier is niet gebleken dat verzoeker bezwaar heeft gemaakt tegen de kennelijk aangezegde feitelijke beëindiging van de opvangvoorzieningen. Dat verzoeker beroep heeft ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag maakt dat niet anders omdat dit beroep niet is gericht tegen de beëindiging van de opvangvoorzieningen.

4. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb, kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is. Nu dit voor wat betreft de (feitelijke) beëindiging van de opvangvoorzieningen niet is gebleken, zal het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2025.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.