Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 7 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:7784 · Rechtbank Den Haag · 7 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-7784
Zaakgegevens
Op 7 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 7 mei 2025
- Datum publicatie
- 7 mei 2025
- Zaaknummer
- NL24.40179
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7784
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40179
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] V-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. M. Verzijden).
Inleiding
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor verblijf in Nederland onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55/EG. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 17 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 december 2024 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dat besluit en daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft dat verzoek, samen met het beroep, op 25 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van 3 april 2025 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van I. Wolthuis, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.