Vreemdelingenrecht

Verzoek om voorlopige voorziening – beroep heeft al schorsende werking – procesbelang – verzoek niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 8 mei 2025

Zaakgegevens

Op 8 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
8 mei 2025
Datum publicatie
8 mei 2025
Zaaknummer
NL24.41887
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:8040
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening – beroep heeft al schorsende werking – procesbelang – verzoek niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.41887

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. R. Deniz),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten. Het door verzoeker ingestelde beroep tegen het bestreden besluit heeft echter reeds zelfstandig schorsende werking, zoals is vermeld in het bestreden besluit. Verzoeker heeft daarom geen belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige

voorziening, nu hij met het instellen van het beroep tegen het bestreden besluit reeds heeft bereikt wat hij met dit verzoek wilde bereiken.

2. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

3. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 8 mei 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.