Vreemdelingenrecht
Dublin plakvovo. Voorlopige voorziening afgewezen.
Rechtbank Den Haag, 12 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:8192 · Rechtbank Den Haag · 12 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-8192
Zaakgegevens
Op 12 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 12 mei 2025
- Datum publicatie
- 12 mei 2025
- Zaaknummer
- NL25.15980
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8192
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin plakvovo. Voorlopige voorziening afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15980
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer 1], verzoekster,
mede namens haar minderjarige dochter:
[minderjarige], V-nummer: [nummer 2],
geboren op [geboortedatum],
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. De minister heeft op 29 maart 2025 de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld (NL25.15979). Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.15979, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt en gepubliceerd op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.