Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 20 mei 2025

Zaakgegevens

Op 20 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
20 mei 2025
Datum publicatie
20 mei 2025
Zaaknummer
NL25.7629
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:8769
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.7629


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Procesverloop

Bij besluit van 7 juni 2021 heeft de minister ambtshalve besloten om aan verzoekster geen uitstel van vertrek vanwege haar medische situatie te verlenen. Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de minister ook de aanvraag van eiseres om aan haar uitstel van vertrek te verlenen afgewezen. Bij besluit van 14 februari 2025 op het bezwaar van verzoekster (het bestreden besluit) is de minister bij deze besluiten gebleven.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 mei 2025 op zitting behandeld, samen met zaaknummer NL25.7628. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.7628, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- bepaalt dat de minister de proceskosten van € 907,- aan verzoekster moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.