Vreemdelingenrecht

Verzoek om voorlopige voorziening (vovo) bij NL25.4551.

Rechtbank Den Haag, 20 mei 2025

Zaakgegevens

Op 20 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
20 mei 2025
Datum publicatie
26 mei 2025
Zaaknummer
NL25.4554
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:9193
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening (vovo) bij NL25.4551.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.4554

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft 10 juni 2024 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

2. Verzoeker heeft op 4 juni 2024 in Kroatië ook een aanvraag om verlening van een asielvergunning ingediend. De minister heeft op 4 juli 2024 een claimverzoek ingediend bij de Kroatische autoriteiten in het kader van de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De Kroatische autoriteiten hebben dit claimverzoek op 18 juli 2024 geaccepteerd. De minister heeft de asielaanvraag van verzoeker in Nederland daarom niet in behandeling genomen en dient verzoeker binnen een termijn van zes maanden over te dragen aan Kroatië.

3. De minister heeft de overdrachtstermijn van zes maanden met het bestreden besluit van 14 januari 2025 verlengd met een termijn van achttien maanden, omdat verzoeker is ondergedoken.

4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep op 9 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

5. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.4551, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

20 mei 2025

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.