Vreemdelingenrecht
plakvovo omgeklapt. Afgewezen.
Rechtbank Den Haag, 26 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:9266 · Rechtbank Den Haag · 26 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-9266
Zaakgegevens
Op 26 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 26 mei 2025
- Datum publicatie
- 26 mei 2025
- Zaaknummer
- NL24.1833
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9266
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plakvovo omgeklapt. Afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.1833
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiseres] ,
[v-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. A.A. Hardoar),
en
de minister van Asiel en Migratie ,
(gemachtigde: mr. A.J. Rossingh).
Procesverloop
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij partner.’
Met het primaire besluit van 15 januari 2024 heeft de minister de aanvraag afgewezen. Hiertegen heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoekster de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld, zodat het verzoek, op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
2. De voorzieningenrechter heeft op 16 april 2025 het verzoek, tezamen met het beroep op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de partner van verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Tevens was een tolk aanwezig.
Overwegingen
3. Bij uitspraak van vandaag in zaak NL25.6322 heeft de rechtbank beslist op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Dat betekent dat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding bestaat.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.