Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 28 mei 2025

Zaakgegevens

Op 28 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
28 mei 2025
Datum publicatie
28 mei 2025
Zaaknummer
NL24.40511
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:9467
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo. Afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.40511


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,

van Algerijnse nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. F.A. Broersma),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.

1.1.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 29 april 2024 deze aanvraag buiten behandeling gesteld omdat verzoeker niet de informatie heeft verstrekt die belangrijk is voor de beoordeling van zijn aanvraag. Daarnaast is eiser verdwenen zonder dat hij daarvoor een reden heeft opgegeven. Aan verzoeker is ook een terugkeerbesluit met een onmiddellijke vertrekplicht opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 mei 2025, samen met de behandeling van het beroep (NL24.40509), op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

2.2.

Na afloop van de zitting is gebleken dat de gemachtigde van verzoeker de uitnodiging voor de zitting niet heeft ontvangen. De rechtbank heeft het onderzoek daarom op 12 mei 2025 heropend en (de gemachtigde van) verzoeker in de gelegenheid gesteld om aan te geven of hij een nadere zitting wenst in deze zaak.

2.3.

Nadat beide partijen de rechtbank toestemming hebben gegeven om de zaak zonder een nadere zitting af te doen, heeft de rechtbank het onderzoek op 23 mei 2025 gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.40509, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.