Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 januari 2026

Zaakgegevens

Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
21 januari 2026
Datum publicatie
23 januari 2026
Zaaknummer
NL25.58072
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1033
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vovo; wijst af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.58072


uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 januari 2026 in de zaak tussen


[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin),

en

de minister van Asiel en Migratie,

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening die verzoeker heeft ingediend hangende het beroep tegen het besluit van 24 november 2025 van de minister op de asielaanvraag van verzoeker.

1.1.

De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.58071, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van
S. Voolstra, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.