Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 30 april 2026

Zaakgegevens

Op 30 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
30 april 2026
Datum publicatie
1 mei 2026
Zaaknummer
NL25.33771 en NL25.33787
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:10382
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo – afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.33771 en NL25.33787


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster 1] , verzoekster 1 V-nummer: [V-nummer 1]

[verzoekster 2] , verzoekster 2 V-nummer: [V-nummer 2] samen: verzoeksters

(gemachtigde: mr. R. Deniz),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster 1 tegen het intrekken van haar verblijfsrecht als burger van de Unie als bedoeld in artikel 20 van het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez ongegrond verklaard.

Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning voor het doel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij verzoekster 1 ongegrond verklaard.

Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluite beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

  1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.33769 en NL25.33782, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen van verzoeksters. De voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

  2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.

Deze uitspraak is gedaan op 30 april 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Verdrag van de Werking van de Europese Unie.