Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 30 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:10382 · Rechtbank Den Haag · 30 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-10382
Zaakgegevens
Op 30 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 30 april 2026
- Datum publicatie
- 1 mei 2026
- Zaaknummer
- NL25.33771 en NL25.33787
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10382
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo – afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.33771 en NL25.33787
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster 1] , verzoekster 1 V-nummer: [V-nummer 1]
[verzoekster 2] , verzoekster 2 V-nummer: [V-nummer 2] samen: verzoeksters
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster 1 tegen het intrekken van haar verblijfsrecht als burger van de Unie als bedoeld in artikel 20 van het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez ongegrond verklaard.
Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning voor het doel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij verzoekster 1 ongegrond verklaard.
Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluite beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
-
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.33769 en NL25.33782, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen van verzoeksters. De voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
-
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan op 30 april 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.