Vreemdelingenrecht
Asiel, Iran, verzoek voorlopige voorziening ingetrokken na intrekking besluit, besluit- en vertrekmoratorium…
Rechtbank Den Haag, 29 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:10580 · Rechtbank Den Haag · 29 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-10580
Zaakgegevens
Op 29 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 29 april 2026
- Datum publicatie
- 6 mei 2026
- Zaaknummer
- NL25.40198 en NL25.40200
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10580
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel, Iran, verzoek voorlopige voorziening ingetrokken na intrekking besluit, besluit- en vertrekmoratorium, geen tegemoetkoming, verzoek pkv afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.40198 en NL25.40200
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , verzoekers
(gemachtigde: mr. B.W.M. Toemen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de verzoeken van verzoekers om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekers hebben deze verzoeken gedaan bij de intrekking van hun verzoeken om voorlopige voorziening tegen de besluiten van verweerder van 19 augustus 2025 op hun opvolgende asielaanvragen van 27 maart 2023. Verzoekers hadden beroep ingesteld tegen het besluit van 19 augustus 2025.
Verweerder heeft de bestreden besluiten op 15 april 2026 ingetrokken. Verzoekers hebben vervolgens hun verzoeken om voorlopige voorziening ingetrokken. Zij hebben daarbij verzocht om verweerder te veroordelen in de door hen gemaakte proceskosten.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op de verzoeken om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
2. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
3. Verweerder heeft in zijn brief van 15 april 2026 toegelicht dat de reden voor de intrekking van de bestreden besluiten is gelegen in het thans geldende besluit- en vertrekmoratorium voor Iran. Dat wil niet zeggen dat er aan verzoekers is tegemoetgekomen. Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat van tegemoetkoming geen sprake is als de intrekking van een besluit het gevolg is van een veranderde omstandigheid, en dat een besluit- en vertrekmoratorium moet worden aangemerkt als een veranderde omstandigheid.
4. Verweerder is dus met de intrekking van de bestreden besluiten niet aan verzoekers tegemoetgekomen. Daarom wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om vergoeding van de proceskosten af.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 29 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.