Vreemdelingenrecht

Asiel, wisselend verklaard ten opzichte van eerdere aanvraag, niet onderbouwd op welke wijze de medische…

Rechtbank Den Haag, 5 januari 2026

Zaakgegevens

Op 5 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
5 januari 2026
Datum publicatie
7 januari 2026
Zaaknummer
NL25.28588
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:124
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asiel, wisselend verklaard ten opzichte van eerdere aanvraag, niet onderbouwd op welke wijze de medische problemen invloed hebben gehad op het vermogen om te verklaren, belang van het kind, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.28588


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

Mede namens haar minderjarige kind

[minderjarige]

(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.28587, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 5 januari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Algemene wet bestuursrecht.