Vreemdelingenrecht
plakvovo. afwijzing, wel pkv.
Rechtbank Den Haag, 28 januari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:1352 · Rechtbank Den Haag · 28 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-1352
Zaakgegevens
Op 28 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 28 januari 2026
- Datum publicatie
- 28 januari 2026
- Zaaknummer
- NL25.49346 en NL25.49350
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1352
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plakvovo. afwijzing, wel pkv.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.49346 en NL25.49350
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
V-nummer: [nummer 1],
en
[verzoekster], verzoekster
V-nummer: [nummer 2],
samen te noemen verzoekers, mede namens verzoeker zijn minderjarige zoon,
[minderjarige],
V-nummer: [nummer 3]
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).
Samenvatting
1. Verzoekers hebben een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met de besluiten van
2 oktober 2025 de aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond en terugkeerbesluiten opgelegd. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om voorlopige voorzieningen te treffen.
De verzoeken zijn, samen met de beroepen, op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen met zaaknummers NL25.49345 en NL25.49349. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoekers een vergoeding krijgen van de proceskosten. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift, met een waarde van € 934,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank overweegt daarbij dat sprake is van samenhangende zaken en dat in de beroepszaak al een punt is toegekend voor het verschijnen ter zitting.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van Luijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerd publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.