Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 20 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:13887 · Rechtbank Den Haag · 20 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-13887
Zaakgegevens
Op 20 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 20 mei 2026
- Datum publicatie
- 28 mei 2026
- Zaaknummer
- NL25.6994
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13887
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VK, vovo bij beroep
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.6994
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. J.G. Wiebes),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker. Hij heeft dit verzoek gedaan hangende het beroep tegen het bestreden besluit van 12 februari 2025. Daarin heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard en is hij bij de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 van het EVRM gebleven.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 oktober 2025 op zitting behandeld, gelijktijdig met het beroep van eiser (NL25.6991). Aan de zitting hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.6991, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure, moet de minister het griffierecht aan verzoeker vergoeden en krijgt verzoeker een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend. De kosten voor het bijwonen van de zitting worden vergoed in de beroepsprocedure.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 194,- aan verzoeker moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.