Vreemdelingenrecht
Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening, omdat op het samenhangende beroep is beslist.
Rechtbank Den Haag, 28 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:13961 · Rechtbank Den Haag · 28 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-13961
Zaakgegevens
Op 28 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 28 mei 2026
- Datum publicatie
- 28 mei 2026
- Zaaknummer
- NL26.2434
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13961
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening, omdat op het samenhangende beroep is beslist.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.2434
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. D. Halbesma).
Procesverloop
1. Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend. Vervolgens heeft zij tweemaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 13 januari 2026 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft ook hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 april 2026 op zitting behandeld, samen met de beroepen van verzoekster. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Op zitting heeft verzoekster het beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster, en dat beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard, krijgt verzoekster vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- (1 punt voor het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Voor het verschijnen ter zitting is in de uitspraak op het beroep al een punt toegekend.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
-
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.