Vreemdelingenrecht

Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening, omdat het samenhangende beroep schorsende werking heeft.

Rechtbank Den Haag, 11 juni 2026

Zaakgegevens

Op 11 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
11 juni 2026
Datum publicatie
11 juni 2026
Zaaknummer
NL25.41505
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:15727
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening, omdat het samenhangende beroep schorsende werking heeft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.41505

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1], verzoekster,

V-nummer: [nummer],

mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam 2] ,

[naam 3] ,

[naam 4] ,

[naam 5] ,

V-nummers: [nummer], [nummer], [nummer], [nummer]

(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A.J. Rossingh).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend op 17 november 2021. De minister heeft deze aanvraag opnieuw afgewezen bij het besluit van 4 augustus 2025 (het bestreden besluit). Daarbij is aan verzoekster een terugkeerbesluit van vier weken opgelegd. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 april 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep van verzoekster. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar partner, twee van hun kinderen, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het bestreden besluit vermeldt dat het beroep daartegen in Nederland mag worden afgewacht. Dat betekent dat het samenhangende beroep van verzoekster schorsende werking heeft. Er is daarom geen sprake van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om deze reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zaaknummer NL25.41404.