Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening, beroepsprocedure (zaaknummer AWB 25/1637) loopt niet meer. Verzoek zonder onderzoek…
Rechtbank Den Haag, 27 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16130 · Rechtbank Den Haag · 27 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-16130
Zaakgegevens
Op 27 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 mei 2026
- Datum publicatie
- 15 juni 2026
- Zaaknummer
- AWB 25/1638
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16130
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening, beroepsprocedure (zaaknummer AWB 25/1637) loopt niet meer. Verzoek zonder onderzoek ter zitting niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/1638
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 mei 2026 in de zaak van
[verzoekster] , verzoekster,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.T. Eisenmann),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 10 januari 2025.
Verzoekster heeft verder de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat uitzetting achterwege dient te blijven, totdat op het
beroep is beslist.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van 27 maart 2026 (zaaknummer AWB 25/1637) heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekster ingestelde beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoekster geen beroepsgronden had ingediend. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder onderzoek ter zitting niet-ontvankelijk wordt verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
de griffier is verhinderd
om de uitspraak te
ondertekenen
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.