Vreemdelingenrecht
Afwijzing voorlopige voorziening omdat op het beroep is beslist.
Rechtbank Den Haag, 16 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16420 · Rechtbank Den Haag · 16 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-16420
Zaakgegevens
Op 16 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 16 juni 2026
- Datum publicatie
- 18 juni 2026
- Zaaknummer
- NL26.9275
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16420
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing voorlopige voorziening omdat op het beroep is beslist.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.9275
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. J. Visschers).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft op 3 februari 2025 asiel gevraagd. De minister heeft met het besluit van 12 februari 2026 (het bestreden besluit) deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. De beroepsprocedure is geregistreerd onder kenmerk NL26.9274. Ook heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het beroep in Nederland te mogen afwachten.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek en het beroep op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van verzoeker en verzoeker hebben zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.9274, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 juni 2026