Vreemdelingenrecht

Vovo bij het beroep NL25.40024.

Rechtbank Den Haag, 9 februari 2026

Zaakgegevens

Op 9 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
9 februari 2026
Datum publicatie
19 juni 2026
Zaaknummer
NL25.40025
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:16611
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo bij het beroep NL25.40024.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.40025

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. O. Sarac),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.

1.1.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de NL25.40024, op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, E. Atasoy als tolk en de gemachtigde van de minister. Op de zitting heeft de rechtbank de zaak aangehouden in afwachting van een andere reactie van de minister op een bron van Human Rights Watch1, waar de rechtbank ambtshalve op heeft gewezen. Eiser is ook in de gelegenheid gesteld om te reageren op de reactie van de minister. Na beide reacties te hebben ontvangen alsmede toestemming van beide partijen om de zaak verder buiten zitting af te doen, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.2

[afbeelding niet beschikbaar]

1 [internetsite]

2 Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.40024, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

09 februari 2026

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.