Vreemdelingenrecht
Vovo bij beroep NL25.37599
Rechtbank Den Haag, 12 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16912 · Rechtbank Den Haag · 12 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-16912
Zaakgegevens
Op 12 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 mei 2026
- Datum publicatie
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- NL25.37601
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16912
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo bij beroep NL25.37599
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37601
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. W. Hoebba),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. W. van Hoof).
Inleiding
1. Met het bestreden besluit van 16 juli 2025 heeft de minister het bezwaar van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister aan deelgenomen. Verzoeker en zijn gemachtigde waren daarbij niet aanwezig en hebben zich voorafgaand aan de zitting niet afgemeld.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met het nummer NL25.37599, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard en het bestreden besluit is in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 mei 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.