Vreemdelingenrecht
BNT – asiel – niet-ontvankelijk – prematuur beroepschrift.
Rechtbank Den Haag, 26 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:17538 · Rechtbank Den Haag · 26 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-17538
Zaakgegevens
Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 26 juni 2026
- Datum publicatie
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- NL25.59864
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17538
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT – asiel – niet-ontvankelijk – prematuur beroepschrift.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59864
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Hanna)
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
Bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Noord-Holland, van 26 november 2025 is het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 18 mei 2024 gegrond verklaard. Dit beroep is geregistreerd onder nummer NL25.29622 en de uitspraak is niet gepubliceerd.
Eiser heeft op 5 december 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de rechtbank
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. In de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Noord-Holland, van 26 november 2026 is verweerder opgedragen om binnen twaalf weken na de dag van verzending van die uitspraak een besluit te nemen op eisers asielaanvraag. Deze termijn eindigde daarmee voor verweerder op 18 februari 2026.
3. Eiser heeft opnieuw beroep ingesteld op 5 december 2025. Dat betekent dat op het moment van indiening van het beroep de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 26 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van B. Biyikli, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de
rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het
verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is
verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten
zij dit in het verzetschrift vermelden.