Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:17766 · Rechtbank Den Haag · 30 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-17766
Zaakgegevens
Op 30 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 30 juni 2026
- Datum publicatie
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- NL25.36394 en NL25.36399
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17766
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo's
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.36394 en NL25.36399
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1] , verzoekster 1,
geboren op [geboortedatum 1] ,
van Amerikaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer 1] ,
[naam 2] , verzoekster 2,
geboren op [geboortedatum 2] ,
van Amerikaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer 2] ,
gezamenlijk: verzoeksters,
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr A.E. Geçer).
Vooraf
1. De rechtbank overweegt eerst het volgende. In deze uitspraak gebruikt de rechtbank de vrouwelijke aanspreekvorm voor verzoekster 2. Het is de rechtbank bekend dat verzoekster 2 inmiddels als man wenst te worden aangesproken en als [naam 3] door het leven gaat. Hoewel op zitting gehoor is gegeven aan deze wens, zoekt de rechtbank in deze uitspraak aansluiting bij de officiële registratie in het dossier.
Procesverloop
2. De minister heeft met de bestreden besluiten van 31 juli 2025 de asielaanvragen van verzoeksters afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeksters hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de behandeling van de beroepen, op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeksters, de gemachtigde van verzoeksters en de gemachtigde van de minister. Ook was een tolk aanwezig. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van 10 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaken veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeksters gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.