Vreemdelingenrecht
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening, omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard…
Rechtbank Den Haag, 3 februari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:1805 · Rechtbank Den Haag · 3 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-1805
Zaakgegevens
Op 3 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 februari 2026
- Datum publicatie
- 3 februari 2026
- Zaaknummer
- NL25.46491
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1805
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening, omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard (ECLI:NL:RBDHA:2026:1802).
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46491
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Balkenende),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn opvolgende aanvraag (zaaknummer NL25.28216). Met het bestreden besluit van 19 september 2025 heeft de minister alsnog op de aanvraag beslist en deze afgewezen als kennelijk ongegrond.
Daarbij is aan verzoeker een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Verzoeker heeft bericht het niet eens te zijn met het bestreden besluit en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 januari 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep van verzoeker. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om deze reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding nu het beroep ongegrond is verklaard.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.