Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 4 juni 2026

Zaakgegevens

Op 4 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
4 juni 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
NL25.59368
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:18862
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo bij NL25.59364

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59368


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. B.D. Lit),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. H.M.M. van Doorn).

Procesverloop

  1. Verzoeker heeft een verlengingsaanvraag ingediend voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA).

  2. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 28 mei 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 28 november 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, I.M. Khokhar als tolk, de gemachtigde van de minister en mr. S. Kruijthof namens het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.59364 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 4 juni 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.