Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 11 mei 2026

Zaakgegevens

Op 11 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
11 mei 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
AWB 25/15824
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:18904
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VK. Vovo bij beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/15824


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C.J. Driessen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

1.1

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 3 november 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

1.2

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.3

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep (met zaaknummer AWB 25/15823), op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, T. Coric als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/15823, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Hummel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.