Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening bij NL25.53511.

Rechtbank Den Haag, 8 juni 2026

Zaakgegevens

Op 8 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
8 juni 2026
Datum publicatie
20 juli 2026
Zaaknummer
NL25.28068
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:20017
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening bij NL25.53511.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.28068


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J.A. Pieters),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Verzoekster heeft op 15 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 24 juni 2025 afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Met het bestreden besluit van 18 november 2025 op het bezwaar van verzoekster is de minister bij de afwijzing gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening geldt daarom als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep NL25.53511, op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.53511, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 8 juni 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.