Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening bij NL26.4102. Voorlopige voorziening afgewezen
Rechtbank Den Haag, 8 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20030 · Rechtbank Den Haag · 8 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-20030
Zaakgegevens
Op 8 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 juni 2026
- Datum publicatie
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.4105
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20030
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening bij NL26.4102. Voorlopige voorziening afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.4105
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. D. van Elp),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. E. Sweerts).
Procesverloop
De minister heeft op 3 juli 2024 vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht, hem ongewenst verklaard en bepaald dat hij Nederland moet verlaten. Met het besluit van 29 december 2025 heeft de minister het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep NL26.4102, op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, en de gemachtigde van de minister. Als tolk is verschenen: M. Wasewicz.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.4102, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 8 juni 2026.