Vreemdelingenrecht

Hersteluitspraak. Voorlopige voorziening. Proceskosten.

Rechtbank Den Haag, 17 juli 2026

Zaakgegevens

Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
17 juli 2026
Datum publicatie
20 juli 2026
Zaaknummer
NL23.32833
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:20144
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hersteluitspraak. Voorlopige voorziening. Proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer:

NL23.32833 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [V-nummer]


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1975, met de Nigeriaanse nationaliteit, verzoeker

(gemachtigde: mr. J. van Appia),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening en een vergoeding van de minister in de proceskosten.

1.1.

De rechtbank heeft het verzoek op 8 april 2025 tegelijk met procedurenummer NL23.32832 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en een tolk in de Engelse taal.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2.1.

De voorzieningenrechter constateert dat in de uitspraak van

20 mei 2025 met procedurenummer NL23.32832 geen uitspraak is gedaan op het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening te treffen en de minister te veroordelen in de proceskosten daarvan.

2.2.

De voorzieningenrechter overweegt dat, nu er in de uitspraak van

20 mei 2025 is beslist op het beroep, geen aanleiding bestaat voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt afgewezen.

2.3.

Omdat het beroep met procedurenummer NL23.32832 in de uitspraak van

20 mei 2025 gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding 1 punt toe te kennen voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,-. De minister moet deze vergoeding betalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.