Vreemdelingenrecht
spoedverzoek Dublin Kroatië - overdracht geannuleerd - verzoek niet-ontvankelijk binnen de landelijke…
Rechtbank Den Haag, 24 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20588 · Rechtbank Den Haag · 24 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-20588
Zaakgegevens
Op 24 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 juli 2026
- Datum publicatie
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.41288
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20588
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
spoedverzoek Dublin Kroatië - overdracht geannuleerd - verzoek niet-ontvankelijk binnen de landelijke spoedpiketregeling, want geen sprake van spoedeisend belang binnen 48 uur.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.41288
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. G.J. van Kammen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. R. Radema).
Procesverloop
1. Op 30 maart 2026 heeft eiser een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend in Nederland.
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 3 juni 2026 deze asielaanvraag op grond van artikel 30 van de Vreemdelingwet 2000, niet in behandeling genomen, omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, bekend onder het zaaknummer NL26.32331.
Op 21 juli 2026 is aan verzoeker een kennisgeving voor overdracht naar Kroatië uitgebracht, met als vertrekdatum woensdag 22 juli 2026 om 12:25 of 12:45 uur.
In het kader van de landelijke spoedpiketregeling heeft verzoeker op 22 juli 2026 de voorzieningenrechter gevraagd om, connex aan het beroep NL26.32331, een voorlopige voorziening te treffen, teneinde de aanstaande overdracht naar Kroatië te schorsen.
Verweerder heeft op dit verzoek gereageerd met een verweerschrift.
Na een tweede schriftelijke termijn heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten en doet op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De landelijke spoedpiketregeling is bedoeld voor spoedkwesties in vreemdelingenzaken, waarbij een oordeel van de voorzieningenrechter onverwijld noodzakelijk is. Alleen als binnen 48 uur na het indienen van het verzoek een uitzetting, overdracht of een andere feitelijke handeling jegens een vreemdeling zal plaatsvinden, kan op de spoedpiketregeling een beroep worden gedaan.
3. In reactie op het verzoek heeft verweerder laten weten dat de overdracht van verzoeker op 22 juli is geannuleerd. Nu er in de 48 uur na indienen van het verzoek geen sprake is van een overdracht of andere appellabele handelingen van verweerder jegens verzoeker, komt dit verzoek om een voorlopige voorziening niet in aanmerking voor inhoudelijke behandeling in de landelijke spoedpiketregeling.
4. De voorzieningenrechter verklaart dit verzoek daarom niet-ontvankelijk.
5. Indien verzoeker alsnog een voorlopige voorziening wenst voor een mogelijk toekomstige overdracht tijdens deze beroepsprocedure, kan verzoeker zich daarvoor richten tot de voorzieningenrechter van de zittingsplaats Groningen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar en verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.