Vreemdelingenrecht

Verzoek voorlopige voorziening, verzoek hoort bij NL26.18393, uitspraak gedaan in beroep, verzoek afgewezen

Rechtbank Den Haag, 29 juli 2026

Zaakgegevens

Op 29 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
29 juli 2026
Datum publicatie
3 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.18395
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21609
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek voorlopige voorziening, verzoek hoort bij NL26.18393, uitspraak gedaan in beroep, verzoek afgewezen

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.18395

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Verzoeker heeft bezwaar ingesteld tegen het besluit van de minister van 25 november 2022.

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het beroep van verzoeker op 11 juli 2024 gegrond verklaard, het besluit van 8 juni 2023 vernietigd en de minister opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar bekend te maken.1 De minister heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister het bezwaar van verzoeker opnieuw ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen dit besluit tevens beroep ingesteld. Op 16 december 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van 11 juli 2024 bevestigd, het besluit van 11 december 2024 vernietigd en de minister opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar bekend te maken.

De minister heeft zich aan deze termijn niet gehouden. Verzoeker heeft daarom bij deze rechtbank beroep ingesteld (geregistreerd onder het zaaknummer NL26.18393). Verzoeker heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de minister zo spoedig mogelijk opnieuw beslist op het bezwaar, zodat een verdere overschrijding van de beslistermijn zo veel als mogelijk wordt beperkt.

[afbeelding niet beschikbaar]

Overwegingen

1. De rechtbank heeft heden uitspraak gedaan in de zaak met het zaaknummer NL26.18393. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

29 juli 2026

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.