Vreemdelingenrecht
Toewijzing voorlopige voorziening. Onderzoek in de zaak in beroep wordt heropend om verzoeker in de…
Rechtbank Den Haag, 5 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21914 · Rechtbank Den Haag · 5 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-21914
Zaakgegevens
Op 5 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2026
- Datum publicatie
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.28956
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21914
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toewijzing voorlopige voorziening. Onderzoek in de zaak in beroep wordt heropend om verzoeker in de gelegenheid te stellen medische problemen en psychische gesteldheid te onderbouwen. Verzoeker mag niet aan Duitsland worden overgedragen totdat op beroep is beslist
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.28956
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 2008, van Syrische nationaliteit, verzoeker
(gemachtigde: mr. W.J. Rohlof),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. M.C. Kadijk).
Procesverloop
Bij besluit van 22 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Duitsland hiervoor verantwoordelijk is.
Verzoeker heeft op 22 mei 2026 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet wordt overgedragen aan Duitsland totdat op het beroep is beslist. Op dezelfde datum heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank/voorzieningenrechter heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 20 juli 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig B. Ghaly, als tolk in de Arabische taal. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter, indien beroep is ingesteld, een voorlopige voorziening treffen wanneer onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. De rechtbank heeft aanleiding gezien om het onderzoek in de zaak in beroep te heropenen, om verzoeker in de gelegenheid te stellen om stukken die zijn medische problemen en zijn psychische gesteldheid onderbouwen naar de minister en de rechtbank te sturen en indien de minister dat nodig acht, het Bureau Medische Advisering daarover te laten adviseren.
3. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Duitsland totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte kosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit van 22 mei 2026 wordt geschorst en dat de minister verzoeker niet mag overdragen aan Duitsland totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.