Vreemdelingenrecht

Trefwoorden: Plakvovo, niet toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 10 juli 2026

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.2895
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21927
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Trefwoorden: Plakvovo, niet toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.2895


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

mede namens haar minderjarige kinderen,

[minderjarige 1] , V-nummer: [V-nummer] en,

[minderjarige 2] , V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. D.P.J. Grommen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof ).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een opvolgende asielaanvraag mede namens [minderjarige 1] ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarnaast heeft verzoekster namens [minderjarige 2] een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 9 januari 2026 de opvolgende aanvraag van eiseres mede namens [minderjarige 1] in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard. De minister heeft de aanvraag namens [minderjarige 2] ongegrond verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep (zaaknummer NL26.2894) op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, S.B. Aniania als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.2894, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Bootsma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 10 juli 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.