Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 7 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 7 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
7 augustus 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
NL24.46375
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22095
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.46375


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , V-nummer: [nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 november 2024 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

1.1.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.46374, op 10 maart 2025 en 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook was een tolk aanwezig. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.46374, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2.1.

De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoeker een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan een tweetal zittingen deelgenomen. Daarnaast heeft de gemachtigde enkele malen gereageerd na daartoe door de voorzieningenrechter in de gelegenheid te zijn gesteld. Nu in de uitspraak in de hoofdzaak al een proceskostenvergoeding is toegekend voor de aanwezigheid op de zittingen en voor de op verzoek van de voorzieningenrechter door de gemachtigde gegeven reacties, volstaat de voorzieningenrechter in deze uitspraak met de toekenning van 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-.


Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. Hoekstra-Verbeek, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitgesproken en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Geregistreerd onder nummer NL24.46374.