Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 3 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 3 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
3 augustus 2026
Datum publicatie
10 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.37275
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22335
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo bij NL26.37274

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.37275


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

Mede namens haar minderjarige kinderen:

[minderjarige 1] , v-nummer: [V-nummer]

[minderjarige 2] , v-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. E. Konstapel).

Procesverloop

  1. Bij besluit van 29 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

  2. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

  3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.37274, op 21 juli 2026 op zitting behandeld. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
    Overwegingen

  4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.37274 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M.M. Heppe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 3 augustus 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.