Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Datum publicatie
11 augustus 2026
Zaaknummer
NL25.21588
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22427
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VK. Vovo bij beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.21588 en NL25.21590


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoekster] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum 1] 1993,

v-nummer: [V-nummer] ,

en

[verzoeker] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum 2] 1987,

v-nummer: [V-nummer] ,

gezamenlijk: verzoekers,

mede namens hun minderjarige kinderen,

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,

beiden geboren op [geboortedatum 3] 2016,

v-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] ,

allen van Libische nationaliteit

(gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. H.M.M. van Dooren).

Procesverloop

1.1

Verzoekers hebben allebei een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met de afzonderlijke bestreden besluiten van 14 april 2025 deze aanvragen in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de behandeling van de beroepen (met zaaknummers NL25.1587 en NL25.21590), op 1 april 2026 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Tevens is verschenen [naam] . Als tolk is verschenen H. Shamoun. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van verzoekers erkend dat het niet nodig was geweest om de verzoeken om een voorlopige voorzieningen te doen, omdat verzoekers de beroepsprocedure in Nederland mochten afwachten. De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om die reden niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om een voorlopige voorziening

niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Hummel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.