Vreemdelingenrecht

Plakvovo Dublin. Beroep aangehouden in afwachting van MK-uitspraak over CaseMatcher. Vovo toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 12 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Datum publicatie
12 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.12856
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22528
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo Dublin. Beroep aangehouden in afwachting van MK-uitspraak over CaseMatcher. Vovo toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.12856


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],

van Marokkaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).


Procesverloop

1. Bij besluit van 6 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

2. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op 21 april 2026 op zitting behandeld. Op 23 april 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en zijn er aanvullende stukken opgevraagd. De minister heeft hierop gereageerd op 21 mei 2026 en op 2 juli 2026. Eiser heeft hierop gereageerd op 8 juni 2026 en op 10 juli 2026. De rechtbank heeft de behandeling van het beroep op 14 juli 2026 aangehouden in afwachting op de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats over CaseMatcher. De voorzieningenrechter heeft partijen verzocht te reageren op het voornemen voor behandeling van de voorlopige voorziening zonder nadere zitting. De gemachtigde van de minister heeft telefonisch laten weten dat zij instemmen met behandeling van het verzoek zonder nadere zitting. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben niet gereageerd.

Overwegingen

4. De minister heeft telefonisch aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet, met het oog op de belangen van verzoeker en de van toepassing zijnde termijnen, aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen, het bestreden besluit te schorsen en te bepalen dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Zwitserland totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.

5. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Zwitserland totdat is beslist op het beroep;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

NL26.12855.