Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening hangende bezwaar. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Verzoekster heeft geen…

Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 11 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
11 augustus 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.34613
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22681
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening hangende bezwaar. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Verzoekster heeft geen belang meer bij de toekenning van het verzoek, omdat zij een nieuwe sticker verblijfsaantekening heeft gekregen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.34613

V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

geboren op [geboortedag] 1994, van Marokkaanse nationaliteit

(gemachtigde: mr. S. Karkache),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Verzoekster heeft op 4 juli 2024 een aanvraag ingediend voor de afgifte van een artikel 9 van de Vw document voor verblijf bij haar ouders. De minister heeft deze aanvraag op 11 december 2025 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen op 3 januari 2026 bezwaar gemaakt.

Op 22 juni 2026 heeft verzoekster de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt om een verblijfsticker met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan’ af te geven.

De minister heeft de voorzieningenrechter op 6 juli 2026 laten weten zich te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening en heeft gereageerd met een verweerschrift.

Verzoekster heeft hier op 7 juli 2026 op gereageerd.

De voorzieningenrechter heeft verzoekster op 14 juli 2026 verzocht om toe te lichten wat het belang van verzoekster is bij de voorlopige voorziening. Verzoekster heeft daar niet op gereageerd.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld om te beoordelen of verzoekster procesbelang heeft in het verzoek om een voorlopige voorziening.

2. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat procesbelang het belang is dat een vreemdeling heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de vreemdeling voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor haar van feitelijke betekenis is. Procesbelang is er niet als ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen.

3. De minister heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat verzoekster een verblijfsticker heeft aangevraagd die is geannuleerd, maar dat aan verzoekster op 25 juni 2026 een verblijfsticker is verleend met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan’ en dat deze verblijfsticker ook dezelfde ingangsdatum heeft.

4. Gelet op het voorgaande overweegt de voorzieningenrechter dat verzoekster geen belang meer heeft bij het verzoek om een voorlopige voorziening. Het verzoek strekt er immers toe dat verzoekster in het bezit wordt gesteld van een verblijfsticker met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan’. Nu verzoekster deze alsnog heeft gekregen en haar procesbelang – ook na een verzoek van de voorzieningenrechter – niet nader heeft onderbouwd, is ieder belang bij het verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening komen te vervallen.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

6. Voor vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Vreemdelingenwet 2000. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zie de uitspraken van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1788, van 23 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1989 en van 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2531. De verblijfsticker met kenmerk 43019613. De verblijfsticker met kenmerk 46405917.