Vreemdelingenrecht
plakvovo bij ongegrond beroep
Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22684 · Rechtbank Den Haag · 14 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-22684
Zaakgegevens
Op 14 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2026
- Datum publicatie
- 13 augustus 2026
- Zaaknummer
- 25/19673
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22684
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plakvovo bij ongegrond beroep
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/19673
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiser] , verzoeker,
van Turkse nationaliteit,
geboren op [geboortedag]
V-nummer: [v-nummer]
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
(gemachtigde: mr. R.M. Koning).
Inleiding
1. De minister heeft op 7 oktober 2025 de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
2.
Met het bestreden besluit van 20 november 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening hangende een beslissing op bezwaar is op dat moment omgeklapt naar een verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker is niet verschenen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 26/320 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: