Vreemdelingenrecht

Dublin - plakvovo – afgewezen

Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 14 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
14 augustus 2026
Datum publicatie
17 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.19445
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:23104
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin - plakvovo – afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.19445


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.M. Bell),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.


Procesverloop

Met het besluit van 7 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.19444, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waar dit verzoek om voorlopige voorziening betrekking op heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af als kennelijk ongegrond.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 14 augustus 2026 door mr. S.S. van der Velde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.