Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 18 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 18 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
18 augustus 2026
Datum publicatie
21 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.44176
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:23561
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo – afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.44176


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Dit besluit is tevens een overdrachtsbesluit.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft gelijktijdig de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

  1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

  2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.44175, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

  3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 19 augustus 2026 door mr. A.J. de Danschutter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).