Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 21 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
21 augustus 2026
Datum publicatie
1 september 2026
Zaaknummer
NL26.38220
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:25067
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo bij NL26.38219

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.38220


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. E.M.G. Walraven).

Procesverloop

  1. Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend. Met het bestreden besluit van 3 juli 2026 heeft de minister de aanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

  2. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

3. De minister heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak NL26.38219, op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

5. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.38219, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

6. De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoeker een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,00.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M.M. Heppe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 21 augustus 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.